Na zonneschijn komt regen in Japan

Na Zuid-Korea is het tijd voor een land waar we ons al lang op verheugen: Japan. Al jaren horen we verhalen en lezen we blogs over dit, naar het schijnt, mooie en toch ook wel bizarre land. Nu is het dan ein-de-lijk tijd om er zelf eens een bezoek te brengen!

Ons plan was om ongeveer drie weken in Japan te spenderen, maar Dominic besluit na wat research al snel dat drie weken niet genoeg is. Twee maanden hebben we nodig, is uiteindelijk de conclusie. Een plan waar ons budget het niet helemaal mee eens is, maar vooruit. We beginnen in Osaka. Mijn eerste chocoladebroodje op het vliegveld koop ik voor ongeveer 1,20 euro, dus dat valt me reuze mee. In Osaka hebben we het getroffen met onze hostelgenoten. Onze eerste dagen in Japan spenderen we met een hele leuke groep mensen. Zij zijn allemaal al minstens een paar weken in Japan en dus leren we via hen de eerste dingen over het land: Japanners zijn mega behulpzaam, fruit is ontbetaalbaar en het openbaar vervoer is verschrikkelijk ingewikkeld. Op onze tweede dag in Japan belanden we in een bierbrouwerij waar je onbeperkt bier mag drinken voor noppes. Niet helemaal wat we van Japan hadden verwacht, maar wél heel erg leuk. Daarna leren we ook meteen een typisch Japans gerecht kennen: Okonomiyaki. Het is een soort pannenkoek met groentes, vlees en heel veel saus. Dominic is fan, ik niet (verrassing). Na twee maanden kan ik overigens eindelijk de naam van het gerecht normaal uitspreken. Wat bedenken Japanners lastige namen voor hun eten zeg… Okonomihoe?

Okonomiyaki

Vlucht gecanceld

Na een paar dagen Osaka is het plan om te vliegen naar een Japanse eilandengroep vlakbij Taiwan. Er is alleen één probleem: er is een typhoon onderweg. De voorspelling op onze weerapp wordt er met het uur slechter op en onze vlucht wordt dan ook gecanceld. Gelukkig kunnen we gratis omboeken naar een paar dagen later. Nog even geen tropische eiland voor ons! Eerst op naar Kyoto.

Over Kyoto hebben we goede verhalen gehoord. Je vindt er meer het ‘oude’ Japan en er staan veel tempels en shrijns. We brengen direct een bezoek aan dé toeristische trekpleister van Kytoto: de Fushimi Inari-taisha. Het heiligdom is vooral bekend door de duizenden oranje poorten, die zeer instagramwaardige plaatjes opleveren. ‘s Avonds gaan we uiteten in één van de sfeervolle straatjes van de stad. We denken redelijk goedkoop te eten voor ongeveer 15 euro, maar de rekening is opeens een stuk hoger. In Japan laten ze op de menukaart (en in winkels) namelijk vaak de prijzen zonder tax (8%) zien en dus betaal je uiteindelijk altijd weer meer dan je denkt. In Kyoto bezoeken we veel tempels en shrijns, maar eerlijk gezegd hebben we het daar snel mee gehad. Wellicht dat de stromende regen daar ook een rol in speelt. Wij zijn duidelijk toe aan zon, zee en strand.

Tropische hemel

En dat krijgen we! We belanden na een vlucht van een kleine drie uur op de hemel op aarde: Ishigaki. Ishigaki is een eiland van Japan en op een klein stukje varen liggen nog een aantal tropische eilanden. We besluiten daarom te gaan eilandhoppen. De eilandengroep staat bekend om de mooie stranden, de blauwe zee en de vele tropische vissen die je al kunt vinden als je een paar meter de zee inloopt. Dominic en ik hebben naast drie verdwaalde vissen in Thailand nog nooit tropische vissen in ‘het wild’ gezien. Op het eiland Kuroshima huren we dan ook een snorkeloutfit. Dominic vraagt nog even of er gevaarlijke vissen rondzwemmen. De verhuurster kijkt eerst wat verward, maar laat vervolgens een foto van een kleurrijke vis zien. Hoe gevaarlijk die is, kan ze niet uitleggen (‘stay away’). Zodra we met onze snorkel onderwater kijken, zien we de mooiste vissen rondzwemmen. Het ene na het andere felgekleurde exemplaar zwemt langs mijn benen. Maar dan is daar ook de ‘stay away’-vis. Paniekerig zwemmen we er vandaan, maar al snel blijkt dat de zee vol zit met deze ‘gevaarlijke’ vissen. Ontwijken is de enige optie. Achteraf leert Google ons dat de vis eigenlijk niet zo heel veel kwaad kan en alleen toeslaat met zijn kleine tandjes als het zijn eitjes wil beschermen. Weten we dat ook weer.

Het snorkelen is zeer goed bevallen en dus doen we het op de eilandengroep meerdere keren. Eén keer gaan we mee met een tour. Met een bootje worden we meegenomen de grote oceaan op. Zodra we de zee in gaan, voelt het alsof we in oneindig zwembad induiken. Wat waanzinnig vet! Ook hier zwemmen weer de mooiste vissen, maar ook schildpadden (heel cool) en aan het einde van de middag spotten we zelfs een reuzenmanta. Bizar wat er allemaal in de zee rondzwemt. Tijdens de tocht terug naar het ‘vaste’ land komen we ook nog een groep dolfijnen tegen. Kunnen wie hier wonen?!

Na tien dagen moeten we het eilandleven weer loslaten, want we vliegen terug naar Osaka. Daar doen we nog dagtripjes naar Kobe en Nara om vervolgens met de nachtbus richting Tokio te vertrekken. De verwachtingen voor Tokio liggen hoog. Al jaren zie ik op Facebook video’s voorbij komen van de gekste café’s en maffe dingen met robots. Dat belooft wat.

We worden kampioen!

Tokio blijkt eigenlijk gewoon een grote stad. Althans, het is feitelijk gezien niets eens een stad maar een prefectuur. Naar ons idee heeft Tokio niet echt één centrum, maar meerdere populaire wijken en hoofdstraten. Het was ons al eerder opgevallen, maar in Tokio valt het nog meer op: Japan heeft heel veel amusementenhallen. In elke drukbezochte straat vind je wel een gebouw met verdiepingen vol met grijpmachines, muntschuivers en games. Het zijn vooral volwassen mannen die hevig op de knoppen drukken om topscorer te worden van hun favo game of geld spenderen in de grijpmachines om hun collectie mangafiguurtjes uit te breiden. Wij houden het maar bij kijken.

In Tokio maken we kennis met de nationale sport van het land: honkbal. Het is vergelijkbaar met voetbal in Nederland: elke regio heeft zijn eigen club en er zijn regelmatig wedstrijden. Wij kopen een kaartje voor de wedstrijd Tokyo Yakult Swallows en de Chunichi Dragons. We belanden per ongeluk in het vak van de tegenpartij (sorry Tokio) en juichen dus voor het team van de Japanse stad Nagoya. Een goede keuze blijkt achteraf, want ons team wint op het laatste moment met een homerun. Komt vast en zeker doordat we het team zo goed hebben aangemoedigd (zie video)!

Geschiedenis en konijnen

Na Tokio gaan we door naar Hiroshima. Een stad die we eigenlijk vooral kennen door de atoombom die de Amerikanen op 6 augustus 1945 op de stad gooiden. In Hiroshima vind je een vredespark waar je van alles over deze gebeurtenis kan leren en de vele slachtoffers worden herdacht. Eén gebouw heeft bijzonder veel indruk op mij gemaakt: het vredesmonument the Atomic Bomb Dome. Het gebouw wist ondanks de verwoestende kracht van de bom enigszins overeind te blijven staan. Zeer indrukwekkend om dit gebouw na al die jaren tussen al moderne gebouwen te zien staan.

Hiroshima zelf is best een gezellige stad, maar het zijn vooral de plaatsen in de omgeving die deze regio van Japan interessant maken om te bezoeken. Zo vind je op Miyajima één van de beroemste shrijns van Japan en ligt op zo’n twee uurtjes treinreizen van de stad ‘konijneneiland’.

In Hiroshima regende het al, maar als we doorreizen naar Fukuoka op het zuidelijke eiland is het helemaal gedaan met het mooie weer. We kopen een (hele dure) treinpas om meer van de regio te zien, maar zitten uiteindelijk vooral veel binnen. Het tyfoon-seizoen is nu namelijk echt begonnen. In het onsenstadje Beppu komt het dagenlang met bakken uit de hemel. Tussen de regenbuien door maken we nog snel even een bezoekje aan een onsen (een soort spa met water uit een geiser). Dominic laat zich ook nog even ingraven in warm zand. Waar het nu precies goed voor moet zijn weten we niet, maar het levert in ieder geval leuke plaatjes op:

In Nagasaki laten de tyfoons onze even met rust en komt het zonnetje tevoorschijn. Ook deze stad is getroffen door een atoombom en ook hier is het weer indrukwekkend om op de plek te staan waar het allemaal gebeurde. Heel interessant, maar eigenlijk zijn we voor een andere reden naar Nagasaki gekomen: Huis ten Bosch. Een maffe Japanner heeft ooit bedacht een themapark te bouwen met als thema Nederland. Van de Utrechtse Dom tot het Amsterdamse Scheepsvaartmuseum: het staat er allemaal. Zelfs de gebruikte tegels komen uit Nederland. We kijken er onze ogen uit en voelens ons bijna helemaal thuis. Alleen de pannenkoeken en bitterballen ontbreken. Ook bezoeken we in de buurt van Nagasaki het eiland Hashima. Dit was ooit het meest dichtbevolkte stukje land op aarde, maar is inmiddels helemaal verlaten. Super cool om te zien.

Gulle Japanner

In de laatste week van onze reis door Japan bezoeken we het eiland Okinawa. Dit tripje hebben we spontaan geboekt toen we hele goedkope vliegtickets vonden. Het idee was om in de laatste week in Japan nog even te genieten van de zon op een tropisch eiland. Helaas blijft dit bij een idee, want het is weer raak: een tyfoon. In plaats van op het strand, liggen we dus voornamelijk in onze eigen ‘capsule’. In zo’n capsulehostel lig je volledig afgesloten van de rest. Alleen door je luchtgat kan je checken of het dag of nacht is. Niet precies hoe we onze laatste dagen in Japan hadden voorgesteld, maar we komen tenmiste goed tot rust. Dominic papt s’ avonds in de kroeg nog even aan met een bejaarde Japanner. Hij vindt het maar al te leuk dat we uit een ander land komen en stouwt ons dan ook vol met raar Japans voedsel en sterke drank. Zelf heeft hij ook al een paar glaasjes achterover geslagen en hij blijft dus maar nieuwe gerechten bestellen. We willen niet dat deze lieve man zijn hele pensioen aan ons spendeert, dus na een gerecht met gekookte grijze(?) groentes bedanken we de man en lopen we lachend terug naar onze capsules. Een mooie afsluiting van dit land.

We spenderen nog één nacht in Fukuoka om vervolgens naar onze volgende bestemming te vliegen: Hong Kong!

Geschreven door Eva

Laat via de reacties hieronder, InstagramFacebook of YouTube weten wat je van onze blogs, video’s en foto’s vindt.

Leave a Reply